Slecht nieuws voor Washington en Riyad, goed nieuws voor Moskou

De voorbije weken doet zich iets opmerkelijks voort op de markt: de olieprijzen blijven zakken, maar de roebel zakt niet mee.

Dat is opmerkelijk: olie en gas zijn goed voor bijna 90% van de Russische export. Dalende olieprijzen oefenen dus logischerwijs een neerwaartse druk op de roebel uit.

Dat klopt, maar die druk wordt steeds lichter. Dat is goed nieuws voor Moskou, die de molensteen van de internationale olieprijs langzaam maar zeker maar van zich kan afwerpen. Dat is slecht nieuws voor Riyad en Washington, die de hegemonie van de petrodollar in rook zien opgaan.

De reden dat de roebel en de olieprijs steeds minder aan mekaar gelinkt zijn is wellicht te verklaren door de privatiseringen van aantrekkelijke Russische overheidsbedrijven. Die aandelen vinden vlotjes hun weg naar internationale investeerders, wat de internationale positie van de roebel en de Russische economie een serieuze boost geeft.

Russische aandelen staan ondergewaardeerd, o.a. door de sancties, maar de bedrijven zijn toch performant en hebben een lage schuldgraad. In tijden van propvolle beurzen, bubbelgevaar en nulinteresten zijn zo’n opportuniteiten goud waard.

Andere belangrijke oorzaken zijn de verhoogde kapitaalbuffers voor Russische banken, waardoor interesten zakken en geld wordt opgepot en enkele belangrijke handelsdeals die Rusland de voorbije weken kon verzilveren, waardoor er enkele tien- tot honderduizenden jobs zullen bijkomen in Rusland.

En stijgende roebel is dan weer slecht nieuws voor het Kremlin. Met een lage roebel hebben de Russen vooral tijd gekocht om hun budgetdeficits te monetariseren, maar nu vergroten die gaten alweer. Men zal dus ofwel de belastingen moeten verhogen, een nieuwe privatiseringsronde afkondigen, of de spaarpotjes nog verder liquideren.

Bron: Vzglyad

Foto: Willi Heidelbach