Dan toch geen meerwaardebelasting en verhoogde dividendtaks?

Minister van financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) denkt niet langer aan een verhoging van de roerende voorheffing op dividenden en aan een meerwaardebelasting om een verlaging van de vennootschapsbelasting te betalen.

Binnen de federale regering zou men graag de vennootschapbelasting verlagen van 33 tot 20 procent, en dat tegen 2020.

In een eerdere nota van de minister van financiën stonden drie opmerkelijke voorstellen om deze wegvallende inkomsten te compenseren. De notionele intresaftrek, een belastingvoordeel voor bedrijven op het eigen vermogen, zou daarbij kunnen vervallen. Daarnaast ook een verhoging van 27 naar 30 procent voor de belasting op dividenden en een meerwaardebelasting wanneer ondernemers bijvoorbeeld hun zaak met winst verkopen.

Na zware kritiek, onder andere van coalitiepartner OpenVLD, schrapte Van Overtveldt de meerwaardebelasting en verhoogde dividendtaks uit zijn voorstel.

Om deze maatregelen te laten vallen én geen gat in de begroting te krijgen zullen er echter andere voorstellen moeten komen. De andere Vlaamse coalitiepartner, CD&V, dringt aan op meer belastingen voor vermogenden, door middel van bijvoorbeeld een vermogenswinstbelasting.

Ook vanuit de beleggerswereld kwam er massaal kritiek op de maatregel van de verhoogde dividendbelasting. De roerende voorheffing werd al meermaals verhoogd, er kwam enkele jaren geleden een beurstaks die eveneens almaar werd verhoogd en recentelijk kregen we er nog een speculatietaks bij.

Aan de andere kant moet wel gezegd worden dat de lagere vennootschapsbelasting de aandeelhouders onrechtstreeks ten goede zal komen.

bron:

De Tijd

foto:

Belga