Waarom de diversifiërende Russische economie van vitaal belang voor het milieu is

De zeevisserij is een geteisterde sector. De Europese en internationale regelgeving is de afgelopen decennia zodanig stringent geworden dat het aantal zeevissers is gedecimeerd.

In 1950 telde de Belgische zeevisserijvloot nog 457 boten. In 2015 waren dat er nog maar 79. Ter vergelijking: Nederland telt er vandaag nog 276. Dat klinkt een pak meer, maar dat is het allerminst: in België zijn er dubbel zoveel zeevissers per kilometer kustlijn dan in Nederland.

Wereldwijd zit de zeevisserij in het slop. Zelfs de implosie van de brandstofprijzen brengt geen zoden aan de dijk. Visvoorraden worden schaarser, en steeds minder jonge mensen kiezen voor een carrière in de zeevisserij. Dat drijft de productie- en loonkosten naar omhoog.

Een van de weinige landen waar de visvangst in de lift zit is Rusland. Ondanks lage werkloosheid en inflatie vinden toch steeds meer jongeren en investeerders de weg naar de zeevisserij.

Door de internationale embargo’s tegen Rusland en de implosie van de roebel is het niet langer rendabel voor Russische zeevissers om internationale wateren te bevissen. Daardoor verschuift de interesse naar de kustvisserij, waar diverse soorten vissen en schaaldieren leven.

Daardoor diversifieert niet alleen het visaanbod voor de Russische consument, die historisch geen grote visliefhebber is, maar neemt de druk op bedreigde soorten, zoals de Atlantische zalm, gevoelig af, en verkleint de ecologische voetafdruk van de Russische consument gevoelig.

Als gevolg van de “inbreiding” van de Russische visserij worden de duizenden meren in Karelië, langs de Finse grens, gebruikt als kweekbassins voor forel. Momenteel zijn daar 50 bedrijven actief, goed voor 1000 jobs en een jaarproductie van 23 tot 25000 ton forel.

Bron: RBTH

Foto: Smabs Sputzer