Saoedi-Arabië meer dan bereid olieproductie te verlagen

De onderhandelingen omtrent het verlagen van de wereldwijde olieproductie werpen eindelijk hun vruchten af. Los van het akkoord tussen de OPEC-landen onderling, zijn er elf olieproducerende landen die niet tot de groep behoren, die eveneens akkoord zijn om de olieproductie te verlagen naar een vooropgesteld maximum aantal vaten per dag.

Het akkoord komt er na maandenlange onderhandelingen met OPEC- en niet-OPEC-leden. Vooral Saoedi-Arabië en Rusland leken niet te willen buigen omdat er vrees was om een aanzienlijk deel van hun marktaandeel te verliezen, maar beide landen tonen nu toch aan bereid te zijn de nodige inspanningen te willen doen.

Vooral nu het grootste niet-OPEC-land Rusland heeft beloofd om vanaf 1 januari 558.000 olievaten per dag minder te gaan produceren, heeft Saoedi-Arabië voldoende vertrouwen om zich volledig in te zetten om deel te nemen aan de productieverlaging.

Hierdoor bevestigen ze eigenlijk dat ze enkel bereid waren akkoord te gaan indien Rusland zich ook zou engageren om hun productieniveau terug te schroeven. Beide landen zijn namelijk grote concurrenten van elkaar en ‘strijden’ om het grootste marktaandeel op de oliemarkt.

Ze zijn zelfs bereid om een extra inspanning te doen en nog minder te produceren dan eerst werd afgesproken. Die aankondiging kwam slechts enkele minuten nadat elf niet-OPEC-landen, waaronder Rusland, hun akkoord gaven voor de productieverlaging.

Khalid al-Falih, Saoedisch minister van olie, sprak tijdens de bijeenkomst vol vertrouwen dat Saoedi-Arabië meer dan hun bijdrage zal doen om de olieproductie in te perken. Khalid al-Falih beloofde zelfs om minder te produceren dan psychologische grens van 10 miljoen vaten per dag.

Sinds de aankondiging van een mogelijk akkoord tussen de olieproducerende landen eind november, steeg de olieprijs met 15 procent. Het akkoord is ongezien vermits er zoveel landen aan meedoen, de gemaakte afspraken moeten ervoor zorgen dat de olieprijzen nog verder herstellen.

Bronnen: Bloomberg, NOS

Foto: Wikimedia