Belgische en Amerikaanse belastingsysteem: zelfde probleem

Donald Trump heeft op economisch vlak al heel wat beloftes gedaan. Er zullen miljarden geïnvesteerd worden in infrastructuurwerken (waardoor de overheidsschuld zal stijgen en de begroting in het rood gaat).

Er moeten tal van invoerheffingen komen en wie zijn bedrijf de-lokaliseert naar buiten de VSA moet gestraft worden. En, last but not least, de belastingen voor werknemers en bedrijven moeten naar omlaag.

Bij nadere analyse, uitgevoerd door The Economist, blijkt dat het Amerikaanse en Belgische belastingsysteem heel wat gelijkenissen vertonen. Vooral op het vlak van de bedrijfsbelastingen is dit het geval.

De Verenigde Staten hebben, net als België, een bijzonder hoge belastingvoet voor bedrijven. De ‘corporate tax rate’ bedraagt 39 procent. Een bijzonder hoog bedrag. Echter, dit zijn de cijfers op papier.

In de praktijk betalen ondernemers heel vaak een pak minder belastingen in de VS, door allerlei uitzonderingsmaatregelen, achterpoortjes enz. Identiek dus aan het Belgische systeem: In theorie is de aanslagvoet heel hoog, in realiteit zijn er – vooral voor multinationals – heel wat uitzonderingen.

De ‘corporate tax’ was in de VS, in 2015, goed voor amper iets meer dan 2 procent van de totale belastinginkomsten. Hoge belastingpercentages en weinig inkomsten. Hoe komt dit?

De verklaring ligt bij de berekening van de belastingen. Ondernemingen worden belast op hun Amerikaanse inkomsten (niet op waar de winst of inkomsten geproduceerd worden). Het verplaatsen van hoofdkwartieren naar het buitenland en toepassen van slimme boekhoudtrucs, verlagen de lastendruk aanzienlijk.

Daarom wil Donald Trump nu een ander systeem. De achterpoortjes moeten dicht, net als de resem aan uitzonderingsmaatregelen voor bepaalde bedrijfstakken. Identiek dus aan de plannen van Johan Van Overtveldt (N-VA), de Belgische Minister van Financiën.

Trump denkt erover na om uiteindelijk te komen tot een algemene lastenverlaging, waardoor de ‘corporate tax rate’ zakt van dik 35 naar 15 procent.

De Speaker of the House, Paul Ryan, wil echter een ander systeem. Hij wil het hele systeem vervangen door belastingen op waar goederen en diensten tot stand komen/geproduceerd worden.

Het verplaatsen van een hoofdkwartier zal dan niet meer volstaan om aan de Amerikaanse lastendruk te ontsnappen. Binnen de Republikeinse partij zal nog druk gediscussieerd moeten worden over welk systeem het beste resultaat oplevert.

Dat de Amerikaanse overheid – er net als de Belgische regering – ondertussen van overtuigd is dat er een einde moet komen aan uitzonderingsmaatregelen en er beter één duidelijk systeem (met een lager tarief) kan komen, is alvast een goede zaak.