Flexibele fondsen en hedge funds een succes?

Heel wat fondsen hebben in 2016 tamelijk zwak gepresteerd. Zeker als je kijkt naar welke rendementen heel wat fondsen u beloven.

Aan de andere kant: Zijn rendementen van pakweg 3 à 5 procent niet knap, in tijden waarin spaarboekjes u nul intrest opleveren? Een analyse van flexibele fondsen in België en hedge funds in Nederland.

België: Flexibele fondsen

Flexible funds zetten in op kapitaalbehoud en willen tegelijk een rendement van minstens 3 procent opleveren. Aandelen, obligaties, cash, grondstoffen… er wordt flexibel (de naam van het fonds zegt het zelf) geswitcht tussen heel wat activa.

Flexibele fondsen haalden in 2016 een rendement van gemiddeld 2,1%. Niet bepaald iets waarmee je een gat in de lucht springt. Toch zijn er uitschieters, in positieve zin.

Zo behaalde M&G Dynamic Allocation (+9,6%) en Merclin II Patrimonium (+8,5%) zeer mooie groeicijfers. Ook op een periode van 5 jaar blijken deze twee fondsen goed te presteren, met respectievelijk +8,2% en +9,8% gemiddeld op jaarbasis.

Flossbach von Storch Multiple boekte vorig jaar +4,8% rendement, en +9,1% jaarrendement op een periode van 5 jaar. Toch valt op dat flexibele fondsen het over het algemeen in 2016 een pak slechter deden dan het gemiddelde jaarrendement tussen 2010 en 2015.

Nederland: hefboomfondsen

Ook in Nederland was 2016 geen al te best jaar, globaal genomen. De traag oplopende beurs werkt door op heel wat hedge funds.

Nederland telt dertien hefboomfondsen die ten minste 20 miljoen euro groot zijn. Daarvan wisten er slechts vijf in 2016 een rendement van boven de 5% te behalen. Vooral long-short-fondsen die focusten op aandelen gingen – door de zwak presterende beurs – de mist in.

Positieve uitschieter was institutionele belegger Antaurus (+19,6%) en grondstoffenfonds Commodity Discovery dat een rendement van +51% wist te behalen, dankzij het goed presteren van de edelmetalen.

Bron: Financieele Dagblad, De Tijd