IMF-voorzitter bezorgd over Europese politieke landschap

Tijdens de komende maanden wordt het spannend voor de Europese Unie, dat beseft ook de voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds Christine Lagarde. Ze is bezorgd over de opmars van populistische partijen in verschillende Europese landen die tijdens de komende verkiezingen dit jaar kans maken om te winnen.

Er staat heel wat op het spel in Europa, na de migratiecrisis kan het politieke landschap in de Europese Unie er dit jaar heel anders gaan uitzien. In verschillende grote Europese landen worden er verkiezingen gehouden dit jaar, onder andere in Nederland, Duitsland en Frankrijk.

In deze landen zien we een verschuiving van het sentiment richting populistische partijen zoals het Front National in Frankrijk, de partij van Geert Wilders de PVV en de AfD in Duitsland. Deze partijen winnen steeds meer stemmen volgens de peilingen. De opmars van de populistische partijen wordt gedreven door zowel de brexit, de migratiecrisis en de verkiezing van Trump in de V.S.A..

Christine Lagarde, voorzitter van het IMF, heeft haar bezorgdheid geuit over het voortbestaan van de Europese Unie. Indien de verkiezingen gewonnen worden door de populistische partijen, zal de anti-Europa stemming groeien met een versplintering van de Unie tot gevolg.

En dat zou zonde zijn want volgens het Internationaal Monetair Fonds is Europa goed op weg om hun economische problemen de kop in te drukken. Er zijn een aantal signalen die duiden op een duurzaam herstel, de Europese economie is aan het klimmen naar het niveau van voor de financiële crisis.

Toch is er volgens haar nog hoop, zie maar naar de aanstelling van de Italiaanse premier Matteo Renzi en premier Alexis Tsipras in Griekenland. Beide heren zouden zogezegd ook voor problemen zorgen binnen de Europese Unie maar dat blijkt goed te zijn meegevallen.

Eén ding is duidelijk, het zal erom spannen de komende maanden. 2017 zal het jaar worden waarin het volk beslist wat er met de Europese Unie zal gebeuren in de nabije toekomst.

Bronnen: CNBC, Reuters

Foto: Wikimedia