Waarom maakt de zilverprijs zo’n bokkensprongen?

Zilverfutures doen het bijzonder goed. Year-on-year is de prijs voor kortlopende contracten (levering in maart) met bijna een derde gestegen. Een groot verschil met de duik die ziverfutures namen in de tweede week van november, toen de verkiezing van Trump een schokgolf op de futuresmarkten veroorzaakte.

Daarentegen: ook zink en lood doen het verrassend goed, met maar liefst een prijsstijging van respectievelijk 94 en 45% year-on-year. Bubbel-alarm dus.

De grootste bron van zilverwinning is als bijproduct van zink en lood, niet van zuivere zilvermijnen, die maar goed zijn voor 30% van de wereldwijde zilverwinning. De afgelopen twee jaren hebben de grote zink- en loodontginners de productie gevoelig teruggeschroefd.

De grote productiecuts van zinkgrootmachten als BHP Billiton, Glencore en het Belgische Nyrstar lijken dus hun vruchten af te werpen en dat vertaalt zich ook in een hoge zilverprijs.

Die lage output is echter niet langer houdbaar voor de grote mijnbedrijven, die nu zinnespelen op heropstart van bepaalde putten.

Bovendien werden er in 2016 aanzienlijke voorraden koper, zink, zilver en goud ontdekt op de zeebedding van de Arctische Zee, op een diepte van 2.3 tot 3 kilometer. Dat is diep, maar niet onontginbaar diep.

Op dit moment investeren ENI, Statoil, Rosneft en Chevron fors in de ontginningsmogelijkheden op de bodem van de Arctische Zee. Als die plannen slagen, zal dit zich vast en zeker laten voelen in de zilverprijs.

Bron: Capital Economics

Foto: Yellowstone National Park