Europees Gerecht handhaaft invoerrechten op Chinese zonnepanelen

Het Europees Gerecht verwerpt de klacht van 26, hoofdzakelijk Chinese producenten van zonnepanelen, aangaande de minimumprijs en invoerrechten.

In 2013 legde de Raad van de Europese Unie een minimumprijs en invoerbelasting van 50% op voor de invoer van Chinese zonnepanelen voor een periode van 2 jaar. In 2016 werd die duurtijd verlengd. Volgens de Raad zou de Chinese overheid op allerlei manieren de productiekosten drukken, niet in het minst door onverantwoorde devaluaties van de Chinese yuan, illegale subsidies, en een creatieve lezing van de Chinese grondwettelijke sociale rechten.

Op die manier konden de Chinezen hun panelen dumpen in Europa onder kostprijs. Die praktijk belette de Wereldbank om China te upgraden naar volwaardige markteconomie, waardoor de Raad haar sancties kon verlengen.

De Chinese producenten voerden vooral onregelmatigheden met betrekking tot de door de Raad gevolgde formaliteiten aan, en ontkende niet dat China er dubieuze praktijken op na houdt om de productiekosten te drukken. Het Gerecht achtte de aangevoerde bewijzen van procedurele onregelmatigheden niet afdoende om de sancties te vernietigen.

De Chinezen kunnen nu nog in beroep gaan bij de allerhoogste instantie: het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het is weinig waarschijnlijk dat het Hof tot een andere conclusie komt.

Pittig detail: de Chinezen voerden de strijd tegen de klimaatverandering en de Europese klimaatdoelstellingen aan als argument voor hun dumpingbeleid. Sociale rechten opschorten om het klimaat te redden, dus.

De beslissing is evenwel opmerkelijk omdat de Commissie haar harde lijn omtrent de sancties in 2013 het afgelopen jaar heeft afgezwakt, niet in het minst in het licht van de klimaatdoelstellingen. Het lijkt er dus op dat de Chinezen, althans voorlopig, gegokt en verloren hebben.

Bron: Luxemburger Wort

Foto: NPS Climate Change Response