Saoedi-Arabië wil Westerse beleggers lokken

Als Saoedi-Arabië in het nieuws komt, dan is dat bijna altijd omwille van de olieproductie. Het land lonkt steeds meer naar Westerse beleggers. De Tadawul-index volgt voorlopig sterk de fluctuaties van de olieprijzen. Maar, voor hoelang nog?

Saoedi-Arabië haalt het nieuws met voornamelijk twee zaken: het financieren van (quasi) terroristische organisaties en de olieproductie. Bij de OPEC zit het al lange tijd goed fout.

De lage olieprijs drukt de winsten voor vele landen in de Arabische wereld, waaronder S.A. zelf. Een oplossing zoekt het regime nu bij de beleggers. Het land wil Westerse investeerders aantrekken in toenemende mate.

Eerder al, eind vorig jaar, lanceerde Saoedi-Arabië nieuwe staatsleningen. Dit was een groot succes. Obligatiebeleggers uit heel de wereld lustten er wel pap van.

“Nu komt het moment steeds dichterbij dat de Saoedische aandelenbeurs, de Tadawul, volledig toegankelijk wordt voor buitenlandse beleggers”, zo weet Het Financieele Dagblad.

Op die manier hoopt het islamitische land om een plek te veroveren in de MSCI-index, een index voor opkomende landen. Als in juni beslist wordt dat Saoedi-Arabië een plek verdient op de lijst, zal dit ten vroegste vanaf 2018 kunnen resulteren in een effectieve opname.

Eerder al deed China er alles aan om evenzo een plaats te krijgen op de MSCI-lijst. De MSCI zorgt voor een hoger aanzien, wat normaal gesproken bijkomende miljardenstromen naar het Arabische Koninkrijk moet gaan genereren.

Door in te zetten op obligaties en aandelen, wil S.A. aantonen dat het een transitie doormaakt richting een modern economie, die niet meer zozeer afhankelijk is van de olie.

Zich losmaken van de olieproductie, is makkelijker gezegd dan gedaan. Wie de fluctuatie van de olieprijzen bekijkt en de Tadawul-index analyseert, merkt al snel hoezeer beiden hetzelfde patroon volgen.