Italiaans reddingsplan ondermijnt Europese regelgeving

Met de verkregen goedkeuring voor de Italiaanse overheid om twee noodlijdende banken te redden, namelijk de Veneto Banca en de Banca Popolare di Vicenza, ondermijnt Europa opnieuw de eigen regelgeving om orde op zaken te stellen binnen de Eurozone.

De Italiaanse overheid stond onder zware druk om twee nieuwe noodlijdende Italiaanse banken te redden. De manier waarop stemt echter tot nadenken waarbij de Italiaanse burger opnieuw het slachtoffer is op termijn. In het huidige geval zullen de toxische zaken in een zogenaamde “bad bank” ondergebracht worden, betaald door de overheid. De overige delen worden doorverkocht waardoor de Italiaanse burger opdraait voor het niet rendabele deel.

De tegenstelling met de redding van Spaanse bank enkele week geleden zijn hierbij wel enkel opvallende verschillen. In het geval van de redding van de Spaanse Banco Popular door Santander werd alles overgenomen, zowel de toxische als de niet toxische bezittingen. In het geval van Italië wordt het winstgevende deel doorverkocht aan Intesa Sanpaolo voor een schamele prijs met amper een risicofactor.

Deze overeenkomst is dan ook een ronduit dure operatie voor de Italiaanse burger aangezien het risico kan oplopen tot ongeveer 10 miljard Euro. Er was daarbovenop een goedkopere manier om dit alles uit te werken waarbij aandeelhouders verplicht werden om mee te betalen. De Italiaanse overheid waagt zich hier echter niet aan en kiest volop voor het doorschuiven van de factuur naar de belastingbetaler.

Dit alles toont aan dat een echte Europese bankenunie nog veraf is. Het idee is om elke Europese burger een garantie te geven voor de eerste 100000 Euro op zijn rekening bij een faillissement. Duitsland en andere Europese landen vrezen echter dat Noord-Europa hierbij zal opdraaien voor de problemen in Zuid-Europa. Een gegeven wat door dergelijke reddingen in Italië enkel maar bevestigd wordt.

Ook andere Zuiderse banken verkeren nog steeds in zwaar weer waarbij de kans op een natuurlijke redding quasi nihil is. Voornamelijk de Italiaanse financiële sector heeft het hard te verduren waarbij de Italiaanse overheid niet bij machte is dit alles aan te pakken. Indien er een kettingreactie ontstaat dan zal dit direct een Europees probleem vormen waarbij de ECB moet ingrijpen. Niet ingrijpen is echter ook geen optie waardoor de Eurozone met een levensgroot probleem kampt.

Deze zelfde financiële sector kan geen enkele crisis overleven zonder structurele steun vanuit de overheid en/of andere instellingen. Het valt dan ook te vrezen dat een volgende financiële crisis een zware impact zal hebben op niet enkel deze banken maar tevens op de overheden in de respectievelijke landen. Voor Italië staan alvast alle parameters in alarmstatus, een gegeven wat ook de ECB niet ontgaan is. De kans dat de overige landen in de Eurozone deze factuur zullen betalen is nihil. Een break-up lijkt dan ook veel waarschijnlijker dan een onvoorwaardelijk Duitse steun als dit geval zich voordoet.

Bronnen:

http://www.bloomberg.com