Investeringsboom in Russische publieke infrastructuur: succesverhaal of bubbel?

Rusland is bezig aan een enorm economisch experiment: aan gunstige voorwaarden kunnen buitenlandse investeerders instappen in grote infrastructuurwerken, zoals de bouw van nieuwe luchthavens of autosnelwegen.

Voorlopig lijkt het een groot succes: investeerders zoals Fraport AG, de Duitse uitbater van de luchthaven van Frankfurt, die zich heeft ingekocht in de nieuwe luchthavens van Saratov en Sint-Petersburg, leggen vrijwel risicoloos kapitaal in en krijgen belangrijke aandelenpakketten in strategische infrastructuur.

Er zit echter wel een addertje onder het gras: investeerders zullen de eerste tien tot vijftien jaar geen dividend ontvangen. Simpelweg omdat het de Russische publieke investeringsbanken zijn die het financiële risico dragen.

Fraport AG zou dus een investering van 50 miljoen in een nieuwe terminal niet kunnen recupereren in het eerste decennium van de operationaliteit van die terminal. Een risico, maar de meeste bedrijven lijken er vertrouwen in te hebben.

Niet alleen de Duitsers hebben interesse in de Russische infrastructuur. Ook het Qatarese Staatsinvesteringsfonds QIA kopen zich massaal in in de Russische luchthavens.

Voor de Russen is het allemaal eender: de regionale overheid van Sint-Petersburg heeft nul roebel geïnvesteerd in een nieuwe luchthaven die hen heel wat jobs en economische opportuniteiten brengt.

De keerzijde van de medaille is dan wel dat het (voorgoed?) afhankelijk blijft van de Qatari en Duitsers voor die economische groei.

Ook wegeninfrastructuur komt zo in handen van buitenlandse investeringsgroepen. De nieuwe strategische M11-snelweg tussen Moskou en Sint-Petersburg is eigenlijk in handen van het Franse Vinci.

Foto: Artem Svetlov