Het zomerakkoord doorgelicht: impact op de belegger

De kogel is eindelijk door de kerk. Na dagen van nachtelijke onderhandelingen heeft Charles Michel een akkoord over de begroting en een reeks financiële maatregelen om de investeringen en werkgelegenheid te stimuleren. Het zogenaamde “zomerakkoord”. De vrees die ik uitte in mijn vorig artikel is echter waarheid geworden. De maatregelen blijven immers gerommel in de fiscale marge en ook dit keer wordt de belegger het kind van de rekening. Een overzicht.

Beurstaks

Zoals verwacht bij de invoering ervan is de verhoging van de beurstaks een graag gebruikte maatregel om zonder veel gemor de begroting te spijzen. Ook nu is er immers weer een verhoging, van 0,27% naar 0,35% dit keer (op aandelen). Op zich niet veel ware het niet dat dit een stijging is met 30%! Tevens is dit een verdubbeling ten opzichte van 2011. Voor obligaties geldt ook een verhoging van 0,09% naar 0,12%.

Taks op effectenrekening

Hier hetzelfde liedje. Op zich is de 0,15% die men vanaf 2018 moet betalen op elke effectenrekening waarop meer dan 500.000 euro staat niet erg veel. Toch is dit 1. weer een nieuwe belasting voor de al zwaar belaste belegger (roerende voorheffing verdubbelde ook in enkele jaren tijd van 15% naar 30%) maar 2. staat de deur hiermee open voor een hele reeks van verhogingen in de toekomst wanneer de begroting weer niet zou kloppen.

Eveneens moet worden aangegeven in de belastingaangifte of je één of meer effectenrekeningen bezit wat weer een stap dichter is bij het invoeren van een volledig vermogenskadaster. De taks zal telkens door de banken worden ingehouden.

Vrijstelling spaarboekje

De vrijstelling van roerende voorheffing op de rente van een spaarboekje wordt verlaagt van 1.880 euro naar 940 euro. Op zich geen drama aangezien men met de huidige rente van ongeveer 0,11 procent al 1,71 miljoen euro moest parkeren op dat spaarboekje alvorens men werd belast. Nu is dit nog steeds 854.545 euro.

Wanneer echter in de toekomst de rente weer zou gaan stijgen naar pakweg 2 procent word je al belast indien je meer dan 47.000 euro hebt staan. Dit is al niet zo veel meer. Prima timing dus van de overheid om dit nu in te voeren nu de meeste spaarders hiervan nog niet meteen last zullen ondervinden.

Vrijstelling dividenden

Bovenstaande halvering wordt wel gecompenseerd met de invoering van een fiscale vrijstelling op dividenden tot 627 euro. Aan een bruto dividendrendement van 3,5 procent mag men dus tot 18.000 euro beleggen waarvop de dividenden niet belast worden. Moet kan dit echter wel pas later in de belastingaangifte terugvorderen dus moet men het initieel alsnog betalen. Dit komt dan neer op een maximaal voordeel van 188 euro (30% van 627).

Pensioensparen

Zoals reeds in mijn vorige artikel gezegd werd wordt een poging gedaan de burger meer zelf te laten sparen voor zijn pensioen. Van de staat moeten we immers niet veel meer verwachten. Dit is zeker duidelijk te zien aan het omslachtige systeem dat nu wordt ingevoerd. Zo krijgen we nu de keuze tussen 2 mogelijkheden.

Of we behouden het oude systeem waarbij we maximum 940 euro sparen en hiervan 30% terugkrijgen of we sparen 1200 euro maar genieten dan maar een fiscaal voordeel van 25%. Gezien het kleine absoluut voordeel in het tweede systeem van 18 euro is het duidelijk dat de overheid in absolute termen niet veel meer wil uitgeven aan de fiscale snoepjes voor het pensioensparen maar de burgers wel in absolute termen meer wil laten sparen.

En de belegger, hij ploegde voort…

Bron: DeTijd

Foto: BelgaImage