Het geheim van de Chinese ontwikkelingssamenwerking

Volgens recente berekeningen zou China het op één na hoogste budget voor ontwikkelingssamenwerking beheren en besteden. Enkel de Verenigde Staten geven nog meer geld uit overzee.

De Amerikaanse Universiteit van Harvard en de Duitse Universiteit van Heidelberg hebben proberen berekenen hoeveel China nu precies besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is geen gemakkelijke opdracht, daar de Chinese overheid haar boekhouding niet prijsgeeft, en het parlement geen inzage in de rekeningen heeft.

Beide universiteiten analyseerden zowat elk land en probeerde zo goed als mogelijk de bron van al die buitenlandse giften en investeringen voor ontwikkelingssamenwerking te traceren.

De resultaten: tussen 2000 en 2014 heeft China zo’n 362 miljard dollar uitgegeven aan 5000 projecten in 140 landen.

Ter vergelijking: de VS gaf in diezelfde periode bijna 400 miljard dollar uit.

Het leeuwendeel van het Chinese geld gaat naar Afrika, gevolgd door landen als Nepal, Bangladesh, Cambodja en Indonesië. Ook Bolivië, Costa Rica en Cuba krijgen veel Chinees geld toegestopt.

In Europa krijgen vooral Macedonië, Montenegro en Servië aanzienlijke delen uit het Chinees ontwikkelingsbudget toebedeeld.

In 2014, het laatste jaar van de datagaring, bleek dat Rusland het grootste bedrag voor een individueel land toebedeeld kreeg: 36.6 miljard dollar. Dat geld ging vrijwel integraal naar Russische olie- en gasinfrastructuur. China blijft sterk afhankelijk van Rusland voor de toevoer van olie en gas.

Dat laatste doet al vermoeden wat de onderzoekers menen aan te tonen: 79% van wat de Chinezen ontwikkelingssamenwerking noemen, zijn eigenlijk gewoon leningen met interest.

Ter vergelijking: slechts 7% van de Amerikaanse ontwikkelingshulp bestaat uit leningen met marktconforme interest.

Interessant: volgens het onderzoek is de ROI van de Chinese ontwikkelingssamenwerking veel groter dan die van de Amerikaanse en de Westerse in het algemeen.

Omdat de Westerse middelen in principe niet moeten worden terugbetaald en er amper een return tegenover staat, verdwijnen deze middelen vaak in de zakken van de machthebbers, zonder dat het Westen dat degelijk controleert.

De Chinezen houden alles nauwgezet in de gaten, en zijn bereid ver te gaan om de bedongen interesten te recupereren. Dit betekent dat de Afrikaanse regeringsleiders bijvoorbeeld niet kunnen defaulten op die leningen zonder heel wat onderpand te verliezen aan Peking. Daardoor worden ze ook afdoende gemotiveerd om het geld ook effectief correct te besteden.

De Chinezen draaien er immers hun hand niet voor om, om een regeringsleider af te laten zetten voor een andere die de deals met Peking wél of béter zal eerbiedigen.

Foto: USAID Indonesia