Hoe Soedan razendsnel een Chinese onderaanneming wordt

Soedan is de laatste weken vaak in het nieuws. De Belgische federale staatssecretaris Theo Francken kwam in het oog van de storm toen hij in het kader van de identificatie van vluchtelingen die op het Belgisch grondgebied verblijven een deal sloot met de Soedanese overheid. Volgens sommige mensenrechtenorganisaties bezondigt Soedan zich namelijk aan grove mensenrechtenschendingen en zou een repatriëring naar Soedan onmenselijk zijn.

Of Soedan een schurkenstaat is, laat ik in het midden. Maar wat voor economie is het eigenlijk? Waarom trekken de mensen er weg? Zijn daar economische redenen voor? Een onderzoek.

Wat onmiddellijk opvalt aan de economie van de Soedan is de sterke aanwezigheid van de Chinezen in het land, die zich volledig met de machtsstructuren verweven hebben.

Sudan is ook één van de eerste Afrikaanse landen waar China ooit economische relaties mee aanknoopte. Soedan ging decennialang gebukt onder zware Westerse economische sancties, waarna de Chinezen hun kans schoon zagen om de Soedenezen het hof te maken. En met succes.

Met Chinese steun werd wegeninfrastructuur (autobanen, spoorwegen, bruggen) aangelegd en industrialiseerde het land op extreem korte tijd.

De hoofdvogel is natuurlijk de enorme oliereserves in Soedan. China investeert miljarden in de olie-infrastructuur en lijkt te slagen waar eerdere Westerse pogingen faalden. De petrochemische industrie bloeit op, en zware kapitaalinvesteringen maken het zelfs in tijden van historisch lage olieprijzen rendabel voor de Soedanezen om te blijven pompen.

Vrijwel alle investeringsstromen hebben hun oorsprong in één Chinees staatsinvesteringsbedrijf: CNPC. Dat is de eigenlijke holdingmaatschappij achter het Soedanese “nationale” investeringsbedrijf KRC.

KRC investeerde hevig in eigen Soedanese raffinage-infrastructuur. Dat is vrijwel uniek in de Afrikaanse wereld. De meeste Afrikaanse landen hebben de raffinage van hun ruwe olie uitbesteed aan Westerse raffinage-bedrijven, waardoor ze zichzelf aan de bodem van de value-chain hebben geplaatst.

Soedan wilde dat scenario vermijden en heeft met een “eigen” raffinage-capaciteit veel meer leverage ten aanzien van de andere marktspelers. Natuurlijk is “eigen” relatief: KRC krijgt wellicht haar orders niet uit Khartoem, maar uit Peking.

Sinds de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan is Soedan 70% van zijn olievoorraden kwijt. Dat hebben CNPC en KRC genoopt om de economie drastisch te diversifiëren. Een unieke operatie in een Afrikaans land dat rijk is aan bodemschatten.

Zo wordt er onder andere geïnvesteerd in de automotive-sector, de landbouw (vooral de productie van katoen) en de mijnbouw.

Op die manier heeft CNPC haar macht op de Soedanese economie gevoelig uitgebreid. De rol van CNPC is zelfs zo groot dat men het gehele land, inclusief de regering, zou kunnen gaan beschouwen als een Chinese onderaanneming.

Foto: Hans Birger Nilsen, no changes made