Bank of England verhoogt rente voor het eerst in tien jaar

De kogel is door de kerk, de centrale bank en Engeland heeft de rente verhoogd met 0,25 procent, de huidige rentestand noteert nu op 0,50 procent. Een vrij zeldzame gebeurtenis vermits het alweer tien jaar geleden is dat de Bank of England de rente heeft verhoogd. Het toont aan dat de Britten positief en optimistisch zijn over de stabiliteit van hun economie.

Het gebeurde voor het laatst in juli 2007, toen werd er door de bestuursleden van de Bank of England ook gestemd voor een renteverhoging. Maar sindsdien werd het monetaire beleid alleen maar versoepelt wegens moeilijke omstandigheden op de financiële markten en in de bankensector.

De huidige renteverhoging werd al enige tijd verwacht door analisten en economen, de stijging van 0,25 procent is het gevolg van een aantrekkende Britse economie meer bepaald dankzij de sterke winkelverkopen van de afgelopen maanden. Deze rentestap herstelt de ‘noodverlaging’ die de Bank of England vorig jaar doorvoerde in Augustus als voorbereiding voor het brexit-referendum.

Gouverneur Mark Carney zei ook dat de rente de komende drie jaar geleidelijk aan verhoogd zal worden afhankelijk van de toestand van de Britse economie, het inflatiecijfer en de gevolgen van de brexit. De vooruitzichten voor de Britse economie zijn alvast positief, Mark Carney verwacht een groei van 1,6 procent in volgend jaar en 1,7 procent in 2019.

Het inflatiecijfer ligt op dit moment echter hoog, namelijk op 3 procent. Dat is ver boven de doelstelling van 2 procent, de beslissing om de rentestimulus af te bouwen door de rente te verhogen zou op termijn een effect moeten hebben en de inflatie de komende jaren terug naar 2 procent moeten leiden.

Na de Federal Reserve en de ECB, is de Bank of England nu al de derde grote centrale bank die de riem aanspant van zijn monetair beleid. De BoE is er van overtuigd dat de Britse economie aan de beterhand is maar waarschuwt alsnog voor eventuele gevolgen van een slechte brexit-deal. Het Britse pond daalde met ongeveer 1 procent tegenover de USD en de EUR.

Bronnen: De Tijd, The Guardian, CNBC

Foto: Stux – Pixabay