Gaan huizenprijzen dalen?

De overwaardering op de huizenmarkt moet een keer stoppen. Een terugtredende ECB, die haar opkooprogramma stukje bij beetje afbouwt, helpt hierbij. Echter, pas als de rentes stijgen zullen ook de huizenprijzen stabiliseren, zo oordelen heel wat financieel experten.

De Europese Centrale Bank schroeft haar opkoopprogramma terug, dat werd een weekje geleden al bekend gemaakt. Vanaf 1 januari 2018 zal de ECB maandelijks nog voor 30 miljard euro, in plaats van 60 miljard, aan staats- en bedrijfsobligaties opkopen. Merk op dat de geldcreatie dus nog steeds verder gaat, zij het minder explosief als in de vorige jaren.

Indien de inflatie stabiel rond 2 procent blijft hangen, zijn er voor de ECB nog weinig redenen om te blijven vasthouden aan het ‘asset purchase programme’. Minder geldcreatie, betekent normaal gesproken ook op termijn opnieuw hogere (lees: minder lage rentes). En dat moet doorwerken op de huizenmarkt.

Hogere rentes bieden een kans om een scheeftrekking, door overwaardering in onroerend goed, recht te trekken. Maar, dat zal in praktijk lastiger gaan dan in theorie. Beleggers vluchten namelijk in vastgoed omdat aandelen en obligaties ook al overgewaardeerd zijn. In de VS bijvoorbeeld is het BBP sinds 2008 met 30 procent gestegen, terwijl de aandeelkoersen 75 procent hoger noteren.

Bij obligaties zien we hetzelfde: De vraag stuwt de koersen op en duwt de rendementen verder omlaag, zo oordeelt professor economie Jaap Van Duijn. De reële rente, gecorrigeerd voor inflatie, is in veel gevallen negatief. Van aandelen en obligaties, wordt dus overgestapt naar stenen. In de vastgoedsector is de gekte bijgevolg ook helemaal terug. In Amsterdam wordt 80 procent van de huizen voor de vraagprijs of meer verkocht. Nederland is een uitschieter, maar het probleem is breder. ‘The Economist’ berekende namelijk dat in zowat alle Europese landen vastgoed te duur is.

Vluchten kan niet meer: vastgoed, aandelen, obligaties… alles is overgewaardeerd en de rendementen slinken. Daarom dat u Beurs.com moet blijven volgen, om te ontdekken waar de winsten nog wél voor het rapen liggen.

Bron: The Economist, De Financiële Telegraaf