skip to Main Content

Hoe ik “de man met de stalen zenuwen” werd

Begin 2008 gaf ik een interview voor Het Belang van Limburg waarbij ik de grote woorden niet schuwde.

De kredietcrisis was toen al een tijdje aan het woekeren maar de algemene consensus was dat het allemaal nog wel zou meevallen.

Goldman Sachs schatte de totale verliezen van slechte leningen op maximaal $400 miljard.

Dat op zich zou al problemen opleveren, want banken hadden tot op dat moment amper $120 miljard afgeboekt.

Zelf was ik een stukje pessimistischer. Ik ging uit van minstens $1.000 miljard aan verliezen. (ik zat daar uiteindelijk niet zo heel ver vanaf)

Met dit soort verliezen in het vooruitzicht, wist ik meteen dat we voor een complete meltdown in het financieel systeem stonden.

Banken waren op dat moment virtueel failliet.

Ik zag maar één uitweg: mijn portefeuille compleet liquideren.

Maar was cash op zich wel een goed idee?

Als de banken omvallen, is je geld eigenlijk nergens veilig.

Bovendien gingen centrale banken in overdrive met geld printen.

Wat als het monetaire beleid te ver zou doorschieten en beleggers zelfs cash zouden beschouwen als een toxisch actief?

Goud leek mij in deze omstandigheden één van de weinige activa die mijn vermogen kon beschermen.

Ik had mijn eerste aankopen reeds in de zomer ervoor gedaan, maar ik besloot nu om steeds meer van mijn beschikbare cash te converteren naar het gele metaal.

Ik wou echter meer dan simpelweg mijn vermogen beschermen.

Crisissen zijn opportuniteiten en wie de situatie goed inschat, kan een fortuin verdienen.

Ik had dit al zo vaak gezien en ik was dan ook vastberaden om deze crisis aan te grijpen om een flinke bundel cash te verdienen.

Mijn thesis over goud bracht me bij de goudmijnen.

Want als goud in trek zou zijn bij beleggers, zouden goudmijnen honderden en misschien wel duizenden procenten hoger kunnen.

Ik investeerde een aanzienlijk bedrag in een select groepje mijnaandelen.

US Gold (dit bedrijf heet nu McEwen Mining) werd mijn grootste positie.

Ik kocht aan $2, maar zag de koers vrij snel naar een dieptepunt van $0,35 gaan.

Ook andere mijnaandelen die ik kocht gingen 70% … 80% … en zelfs 90% lager.

Ik grapte wel ééns dat ik net zo goed bankaandelen had kunnen kopen.

Verdomme, ik had de inéénstorting van het systeem ruim op voorhand voorspeld en toch verloor ik geld.

Ok, niet zo veel dan al de rest, maar dit zou mijn moment moeten zijn!

(zeker omdat naderhand bleek dat mensen zoals Michael Burry, John Paulson en Kyle Bass een manier hadden gevonden om hun portefeuille met honderden procenten te laten groeien…)

Toen de aandelenmarkten later begonnen te stijgen, bleef ik gefrustreerd achter.

Het is één zaak om de ontwikkelingen correct in te schatten, maar een totaal andere om er ook effectief aan te verdienen!

Ik besloot om mijn benadering bij te sturen.

In 2008 waren er een aantal enkelingen die stevig verdienden aan het klappen van het systeem, maar het grote geld werd verdiend door beleggers die hun emoties aan de kant hadden gezet om tijdens de donkerste momenten van de crisis op koopjesjacht te gaan.

Markten zijn op zich redelijk efficiënt maar gedurende korte periodes tijdens een berenmarkt zijn ze dat niet.

Een belegger die beter wil presteren dan de rest, moet op dit soort momenten het verschil maken en zijn slag slaan.

Dat lijkt makkelijk, maar is het niet.

Eind 2008, begin 2009 was niemand nog positief. Letterlijk iedereen had het idee dat het alleen maar erger kon worden.

Het vraagt veel moed om op dit soort momenten te kopen.

Maar durvers worden er rijkelijk voor beloond.

Eén van deze durvers was Charlie Munger.

Beleggers kennen Munger als de partner van Warren Buffett, maar wat de meeste beleggers niet weten, is dat Munger ook nog aandeelhouder is van een kleinere uitgever: Daily Journal Corporation (DJCO).

Deze uitgeverij is vooral gespecialiseerd in juridische publicaties en realiseert een mooie cash flow.

Munger is verantwoordelijk voor het beheer van deze middelen en liet de cash ophopen op een bankrekening

In 2008 was dit bedrag opgelopen tot tientallen miljoenen dollars.
En dan zag hij opééns zijn kans.

Tijdens de kredietcrisis zag hij de koersen van zijn favoriete bankaandelen wegzakken tot bijzonder lage niveaus.

Munger sloeg toe en zette zonder verpinken al zijn liquide middelen aan het werk.

Hij concentreerde zijn aankopen op twee aandelen: Wells Fargo en Bank of America.

Jawel, op het moment dat iedereen sprak over het nakende faillissement van diverse grootbanken, sloeg Munger zijn slag.

En dat pakte ongelooflijk goed uit.

De aandelen van Daily Journal stegen op de rug van deze investering van $4,50 in 2008 naar meer dan $200 vandaag!

Dit is het soort van “beloning” dat lefgozers mogen verwachten.

De strategie van Charlie Munger was vrij simpel.

Je bouwt cash op tot er ergens een crisis uitbreekt en om vervolgens al je cash aan het werk te zetten.

Klinkt makkelijk genoeg, is het niet?

In maart 2013 zag ik mijn kans.

De goudmijnen waren al een tijdje aan het dalen en hadden gemiddeld de helft van hun waarde verloren.

De koersen begonnen relatief goedkoop te worden en er ontstond een kans voor contraire beleggers.

Ik had redelijk wat cash en begon dan ook rustig aan posities op te bouwen.

Charlie Munger had me geleerd dat het belangrijk is om te focussen op de kwalitatievere spelers.

Munger kocht immers Bank of America en Wells Fargo, nota bene de betere banken waar het risico op faillissement relatief beperkt was.

Mijn plan was éénvoudig: ik koop kwaliteit en ik blijf bijkopen. Hoe lager de koersen gaan, hoe meer ik koop.

Nogmaals: klinkt heel erg simpel.

In de praktijk is het dat niet.

Iedere nieuwe aankoop die je doet, levert immers verlies op. En hoe meer je koopt, hoe groter je verlies.

Dit werkt alleen maar als je emotioneel bereid bent om je verliezen eerst wat te laten oplopen vooraleer je winsten ziet.

Het is psychologisch echt niet makkelijk om te kopen terwijl je weet dat het waarschijnlijk nog lager gaat.

(ja, en slimmeriken gaan nu waarschijnlijk vertellen dat je best wacht met kopen tot het duidelijk is dat de bodem bereikt is. Wel, dat is NOOIT duidelijk. Ik heb veel beleggers zien wachten … en wachten … en wachten om dan de boot compleet te missen)

Ik was me bewust van de psychologie en de bijhorende emoties.

Bewust, maar wel vastberaden om mij nooit meer te laten leiden door deze emoties.

De negativiteit was echter overal.

De “waarschuwingen”. Goud had veel risico.

En de prijs kon misschien wel naar $500 per ounce wist Rabobank.

Het zijn maar enkele voorbeelden.

Je hoorde het overal. Goud zou alleen maar verder kunnen dalen en “analisten” overtroffen mekaar met neerwaartse koersdoelen.

Voor ABN AMRO kon de prijs naar $900 per ounce … Rabobank had het over $500 per ounce … en Harry Dente meende zelfs dat $350 realistisch was.

Er was letterlijk niemand meer die positief was.

Als ik het mij goed herinner waren er op dat moment nog maar 3 namen die onomwonden positief waren voor de goudmijnaandelen: Willem Middelkoop, Roland Vandamme van Analyse en ikzelf.

Je voelt je op zo’n moment bijzonder éénzaam en iedere keer als je je mailbox opent, krijg je het éne verwijt na het andere naar je kop geslingerd.

Het onderstaande is maar een klein overzicht, maar geeft je een idee van het sentiment.

Kopen en bijkopen. Het lijkt simpel, maar zoals uit de reacties via email blijkt, is het weinigen gegeven.

De meeste beleggers gaan op een gegeven moment toch twijfelen en panikeren op precies het verkeerde moment.

Ik ben dit ondertussen mijn mailboxindicator gaan noemen.

Wanneer ik dit soort negatieve en vooral emotionele reacties ontvang, weet ik dat we gewoonlijk vrij dicht tegen een bodem zitten.

Beleggers zijn op zo’n moment compleet gedegouteerd door de aanhoudende koersdalingen. Ze kunnen de pijn niet meer aan en liquideren vaak hun volledige portefeuille. Pal op de bodem.

Klinkt bekend?

Ik moet toegeven: ik heb er mij vroeger ook wel ééns aan laten vangen.

Deze keer was ik vastberaden om mijn emoties te negeren en vast te houden aan mijn strategie.

We gingen ondertussen tegen het einde van 2015 aan en wat je dan ziet, is “tax loss selling”.

Amerikanen mogen hun koersverliezen aftrekken van de belastingen en wat ze dan vaak doen, is het verkopen van hun verliezers (om deze eventueel later weer terug te kopen).

En de goudmijnen waren in 2015 uiteraard één van de grotere verliezers waardoor de aandelen nog maar ééns in de uitverkoop gingen.

Ik zat inmiddels door mijn cash heen en zette de laatste euro’s aan het werk. Nog maar ééns bijkopen.

Voor de hoeveelste keer? Ach, wie telt er nog?

Ik was ervan overtuigd dat de koersen bij de start van het nieuwe jaar sterk zouden opveren.

De tax-loss sellers zouden immers hun aandelen moet terugkopen.

Bovendien acteerde goud gewoonlijk vrij sterk aan het begin van een nieuw jaar.

Toen die rally er niet kwam en de goudmijnen toch weer nieuwe lows opzochten, leken de emoties toch nog ééns de bovenhand te halen.

Om verdere verliezen te vermijden, had ik namelijk een groot deel van de portefeuille afgedekt met put opties.

Puts die ik financierde met geschreven calls.

Ik weet niet of je goed thuis bent in opties, maar wanneer je calls schrijft, neem je de verplichting op je om je aandelen aan een vastgelegde prijs te verkopen.

Ik gaf met andere woorden een deel van mijn upside op zo.

Toen de koersen vrijwel meteen daarna begonnen te stijgen, zag ik mijn fout relatief snel in en ik kocht ik de geschreven calls terug.

Dat leverde een fors verlies op, maar ik wist dat ik all-in moest gaan en niet meer mocht luisteren naar het stemmetje in mijn hoofd dat me probeerde te misleiden.

Goudmijnen waren spotgoedkooop en heel veel downside zat er niet meer in.

Who cares als de koersen nog ééns 20% lager gaan? Daar zou ik niet meer van wakker liggen!

Ik had twee jaar aan een stuk mijnaandelen geaccumuleerd en daarbij mijn verliezen steeds groter zien worden.

Het is dan toch krankzinnig om zo dichtbij de bodem je positie te gaan hedgen als bescherming tegen dat laatste beetje downside risk

Een blunder, maar ik zag het gelukkig meteen in.

Ik kocht de hedge terug, slikte het verlies door en zag mijn portefeuillle vanaf dat moment meesurfen op de nieuwe bull-market in de goudmijnaandelen.

De koersen gingen nagenoeg dagelijks hoger en sommige goudmijnen stegen honderden procenten in waarde.

Beleggers die mij eind 2015, begin 2016 hadden uitgemaakt voor het vuil van de straat, vroegen me “of het nu te laat was om te kopen”.

Beleggers die eerder niet kochten “omdat de koersen daalden” en ze wel zouden wachten op de bodem, hadden de rally compleet gemist.

De bodem was er gekomen maar het ging allemaal zo snel dat ze geen goed moment vonden om aan boord te springen.

Ze maakten zich sterk dat ze dan wel zouden kopen bij de eerstvolgende correctie.

(uit ervaring weet ik inmiddels dat ze ook dan niet kopen. Die correctie gaat vaak wat dieper dan ze denken waardoor ze opééns overtuigd zijn dat de koersen nog lager kunnen)

Mijn portefeuille maakte de verliezen op een paar maanden goed en daarna ging het maar door.

Ik verdiende meer geld dan ik ooit aan mijn beleggingen had verdiend en mijn portefeuille leek dagelijks aan te groeien.

Toen het jaar voorbij was, bleek dat ik 155,6% rendement had voor het volledige beursjaar!

Een paar maanden geleden had ik een check-up bij mijn dokter en ze vertelde me dat uit haar analyse was gebleken dat ik een man was met “stalen zenuwen”.

Ik moest er eigenlijk geweldig om lachen.

Ze beschreef namelijk perfect de transformatie die ik als belegger had gemaakt.

Ik was niet langer vatbaar voor emoties maar door mijn ervaringen ijzig kalm en onverstoorbaar.

Dit is het soort belegger dat ik wil zijn.

Nee, dat zeg ik niet goed. Dit is het soort belegger dat ik moet zijn als ik beter wil presteren dan de rest.

Ik ga nu consequent op zoek naar crisissen. Naar activa die worden uitgekotst door de markt en waar iedereen zijn neus voor ophaalt.

Dit zijn het soort situaties waar je letterlijk een fortuin mee kan verdienen.

Back To Top

2-3x per week een gratis beurstip in je mailbox?

(49.938 beleggers gingen je reeds voor)